De dood dichtbij?

Gepost op: 2014-09-15

Overal is de dood. Geen vrolijk begin voor deze zonnige dag. Mijn jonge haantje ligt uiteengereten in het gras. Een buizerd heeft hem weten te grijpen. De wormpjes zijn er blij mee. Even verderop scharrelen de jonge kuikentjes onbekommerd rond. De poes spint op mijn schoot maar de hypocriet heeft vannacht een gruwelijke slachting aangericht in een muizengezin. Hier in mijn tuin is de dood een dagelijks fenomeen, nonchalant en onberekenbaar grijpt ze om zich heen.

Maar wie de dood ‘alledaags’ probeert te maken komt bedrogen uit. Ondanks onze intelligentie en de vooruitgang op allerlei terreinen is de dood een raadsel gebleven. Mijn denken blokkeert als ik bij een overledene sta. Waar ben je opeens gebleven? Het is niet te bevatten. Ik kan als levende de kloof niet nemen en als ik hem wel neem ben ik niet meer levend om het mijn dierbaren te melden. Rituelen zijn er niet om deze onbegrijpelijke dood in te kapselen, te accepteren, vriendelijker te maken. Rituelen moeten ons helpen om het met deze onbestaanbaarheid uit te houden. Met elkaar. Met verhalen, met poëzie, met religie. De theoloog Dorothee Solle waagt het zelfs om ‘tegen de dood’ te zijn. Ze dicht:

‘Ik moet sterven

maar dat is ook alles

wat ik voor de dood zal doen.’

Ze uit een diep gevoelde weigering van de dood. Kan dat? Ze dicht hoe ze lachend tegen hem verhalen zal vertellen, hoe ze hem te slim af zijn geweest en hoe de vrouwen hem het land uit hebben gedragen. ‘ Zingen zal ik, en land op hem veroveren met elke toon.’ Dit is poëzie die niet meteen de dood binnenhaalt maar het protest durft te voelen. Niets verzachten. Niets oplossen. Geen goedkope troostgevers.

Onze uitvaartcultuur mystificeert de dood. Haar protocollen houden haar op afstand en ondertussen glijdt ze via een achterdeur naar binnen. Deze week had ik een hele andere ervaring.  Ik mocht de ceremonie leiden van een vriend die plotseling was overleden. Er was geen kist, geen kaart, geen zaal met mechanische muziek en stil schuifelende mensen. Zijn zelfgemaakte baar lag in de tuin op hooibalen en we zaten om hem heen bij zijn vijver. Aanraakbaarheid en onbegrijpelijkheid gingen samen. We maakten muziek en spraken onvoorbereid uit het hart. Daarna droegen we hem de tuin uit naar de nabijgelegen begraafplaats. De baar was zwaar. We voelden dit lijfelijk, werden vermoeid, wisselden meerdere keren van dragers om het vol te houden. De dood trok aan ons. En al lopend zongen we oude gospels over een land van melk, honing en overvloed. Bij mijn weten waren er weinig ‘gelovigen’ maar we hadden taal gevonden. Een taal die verlangt naar echt leven. En dat begrepen we.


Ripen 11 9245 VG Nij Beets M 06 27 30 81 52 E info@rienvanderzeijden.nl W www.rienvanderzeijden.nl