Waartoe behoor ik?

Gepost op: 2017-08-03

Ik ben ingebed in een groter geheel. Dat grotere geheel geeft mij betekenis en de ontwikkeling ervan inspireert mij. We zijn geen paradijsvogels, hoe dol we ook zijn op hun verschijning in de media. Ze suggereren dat je op eigen kracht een solitair bestaan kunt leiden. We zouden wel zonder ‘het nieuws’ kunnen, alleen in de natuur of op mijn meditatiekussen. De werkelijkheid is dat ik als geheel een samenstelling van delen ben en dat ik zelf weer deel ben van een groter geheel. Daartussen is een continue uitwisseling, een mysterieus proces waarin mijn identiteit wordt gevormd. Hoe staat het eigenlijk met mijn generatie die de wereld wilde verbeteren en bij zichzelf begon? Zijn ze in zichzelf blijven steken?

De gedachte van het grotere geheel is weer helemaal terug in coachingsland. Voor mijzelf is het een diep gevoeld thema, een zeker ‘tekort’ waar ik nooit woorden voor kan vinden. Rudy Vandamme, psycholoog en onderzoeker, heeft het over dit bewustzijn dat we ‘zorg moeten dragen voor alle gehelen waarin we existentieel geborgen zouden moeten zijn’. Wat is dan dit ‘grotere geheel’? Als coach vraag ik er naar en kom ik terecht in gesprekken over waarden, over ecologie of over verbondenheid met voorouders en familie. Velen zijn er naar op zoek maar hebben tegelijk vol overtuiging de oude instituties verlaten. Ze zijn ‘voor zichzelf begonnen’ of willen meer ‘zelfvoorzienend’ worden, formuleringen die onbedoeld maar heel wrang het gemis van het grotere geheel benadrukken. Willem Pekelder schreef laatst in Trouw een artikel ‘tegen de trouweloosheid’. Ons gezweef zuigt onszelf en onze instituties leeg. Het was een ouderwets en hartstochtelijk pleidooi voor ‘blijven’ en ophouden met zwalken. Of dat kan en of dat werkt weet ik niet.

Ik heb vrienden en kinderen die bij de kerk zijn gebleven, anderen die bij grote organisaties met hun verfoeilijke ‘systeemwereld’ zijn blijven werken. Wat ik van hen leer is dat ‘het instituut’ zijn heilige sturende werking heeft verloren. Het is een praktisch bondgenootschap met een zekere nestgeur waar je je goed bij voelt. Daarbinnen heeft het individu zich bevrijd. Hij of zij heeft geen moeite een standpunt in te nemen dat niet strookt met de opvattingen binnen de gemeenschap. Overal zie je mensen die wijzer zijn dan het instituut, die zien dat opvattingen binnen hun club historisch gegroeid zijn en zich daar op een losse en vrolijke manier toe verhouden. Ze snappen dat ‘leerstellingen’ bloedeloos zijn maar vinden er tegelijk wat anders, iets wat hen daar houdt: gemeenschap, warmte, genegenheid. En misschien wel iets van dat ‘grotere geheel.’

We horen niet meer automatisch bij een club. Mijn dorp in Friesland waar de jongeren uit wegvliegen om zich los te weken en te emanciperen, ontvangt mij weer als ‘import’. Uit vrije wil voeg ik mij en neem ik positie in, wil ik er bij horen. Het grotere zingevende geheel voelen is belangrijk voor me. Waartoe behoor ik? En hoe ontwikkelt dat geheel zich? Dat zijn voor mij motiverende, energie-gevende vragen. Paulus had het er al over dat we een lichaam vormen. Het oog streeft niet naar zelfstandigheid. Het oog zelf ziet helemaal niks. Het lichaam ziet.

En toch… De lichamen van deze wereld kraken in hun voegen. Een huiveringwekkend zinnetje uit mijn krant deze week, over terugkerende bastaardkinderen uit IS-gebied: ‘Het yezidi-geloof accepteert geen kinderen van gemengd bloed.’ Wat een treurnis. De wereld ligt in puin en religie bouwt zijn oude huizen weer op. Binnenkort zijn we allemaal van gemengd bloed. Spiritueel zijn we dat al langer. De groep die ‘last’ heeft van ‘multiple belonging’ groeit. Waar zijn de nieuwe grotere gehelen? In welke zijn we existentieel geborgen? Welke nieuwe lichamen zijn er in de maak?

 

Rien van der Zeijden


Ripen 11 9245 VG Nij Beets M 06 27 30 81 52 E info@rienvanderzeijden.nl W www.rienvanderzeijden.nl