Heimwee… een verloren paradijs?

Heimwee… een verloren paradijs?

1 februari 2026 Geen categorie 0

Deel 1

‘Onze eerste bewuste ervaring is, opmerkelijk genoeg, die van een verdwijning’ (Lou Andreas Salome)

Ik fiets door mijn geboorteplaats Broek op Langedijk. Ik woonde er tot mijn vijfde jaar. Ik herinner me er nog maar weinig van. Bovendien heeft ook het landschap de sporen van mijn kindertijd uitgewist. Soms herken ik iets bij een groepje oude bomen, een verrommeld hoekje, een verweerd hek. Weinig ontkwam er echter aan de indelingszucht. Het is een landschap waar de ziel zich uit heeft teruggetrokken. In mijn rugzakje zit het boek van Joke Hermsen: ‘Onder een andere hemel’ is een boek over heimwee en vertepijn. Zij schrijft haar verhaal terwijl ze reist langs plekken uit haar leven, plaatsen die haar vullen met een zekere melancholie. 

Uit dit boek haal ik ook die intrigerende zin van Lou Andreas Salome hierboven.

Lou Andreas Salome was een filosoof en psychoanalytica in de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Als ze al bekend is, dan wordt ze vaak genoemd als ‘de muse van..’ omdat ze boeiende relaties onderhield met bv Rilke, Nietzsche en Freud. Maar Salome was vooral een geweldige vrijdenkster die enorm veel heeft gepubliceerd. De zoektocht naar mijn verdwenen kindertijd is niet een of ander romantisch idee. Ik zoek geen kinderlijke onschuld of soortgelijke cliché’s. De ervaring is fundamenteler. Het heeft te maken met die onderschatte impact van afscheid nemen dat blijkbaar aan groei en ontwikkeling gekoppeld is. Dat begon al ergens in de baarmoeder, een wereld in een totale verbondenheid met mijn omgeving. Alles was daar verweven en grotendeels onbewust. De geboorte, nodig om ‘zelf-standig’ te worden, was een soort verdrijving uit dit paradijs. 

Volwassen worden gaat gepaard met begrenzingen. Bijvoorbeeld die van de taal. Voordat we taal verwierven waren we op een andere wijze verbonden met de wereld. Onmiddellijker. Ons zelf bevat als het ware onachterhaalbare herinneringen zegt Salome. Ik vergelijk het een beetje met een niet te openen oud bestand waar je de software voor mist. Het zijn sensaties, indrukken, ervaringen die als het ware in een soort van ‘onmiddellijkheid’ zijn opgeslagen. Die dus niet door de taal werden en worden bemiddeld. Toen we ons ontwikkelden moesten we leren scheiden en onderscheiden. We leerden bijvoorbeeld ‘ik’ zeggen terwijl heel lang de wereld met onze ouders en hun wereld een ‘wij’ was. We leerden begrenzen, keuzes te maken in wie wel en niet tot je kring behoorde. We moesten kiezen in de liefde. We hebben dus veel afscheid moeten nemen om volwassen te worden. Op een of andere manier, schrijft Joke Hermsen in een ander boeiend boekje (Melancholie van de Onrust), is er een hekwerk om die kindertijd komen te staan. Het is niet goed toegankelijk terwijl het toch tot mijn innerlijke wereld behoort. 

Om dat geheim hebben we ons bewuste ego, ons ik, opgebouwd. Salome heeft het over ‘de stevige muren van onze identiteit die we om ons heen hebben opgetrokken en waarmee we ons een wereldbeeld geschapen hebben.’ Naast dat bewuste ego hebben we dus dat onbewuste zelf, een soort ‘oeroudste droom’ zegt Salome, een diepere wereld van ons zijn. Die oeroudste droom, daar verlangen we naar terug. Dat verlangen heeft iets onzegbaars en onkenbaars. Een verloren paradijs? Het is een van de eerste bronnen van ons heimwee.

Het goede nieuws volgens Salome is dat we toegang krijgen tot deze wereld door de liefde. Zij heeft het over de kracht van de Eros-Liefde en schrijft dat die een ‘thuiskomen in ons zelf’ brengt, ‘een uitrusten en ademhalen na alle gescheiden en eenzame bezigheden’. Die liefde ‘verstoort’ mijn afgescheiden leven waarin ik me te veel focus op de buitenkant en waarin ik bezig ben met hebben, vergaren en mezelf positioneren. Een leven waarin ik nauwelijks de tijd neem voor dat onbenoembare dromerige stuk in mezelf. Hoe groter de afscheiding, hoe eenzamer, hoe donkerder die gevoelens worden. Door de ratrace van deze samenleving zien we de donkerte niet als een uitnodiging om verdieping te zoeken, om mijn diepere zelf te leren kennen. Ik conformeer me met de buitenkant, met een wereld die geneigd is om mijn donkere gevoelens weg te zetten als ‘depressie’. We medicaliseren het en als we nu maar zoeken naar het juiste pilletje kunnen we wel weer verder. 

Ondertussen ben ik van mijn fiets gestapt en koester me in een milde decemberzon. ‘De Plek’ die ik zoek is verdwenen. Recht getrokken, omgeploegd, verzwolgen door de vooruitgang. Ik weet dat wel maar het verlangen stuurt me steeds weer op pad. ‘De Plek’ is iets in mij dat erkenning zoekt. Jung zegt dat ‘aan iedere persoonlijkheid een onbegrensd en ondefinieerbaar gebied is toegevoegd’. Dit deel is onbewust en die ‘Plek’ kan dus niet benoemd worden. Ze is symbool geworden voor mijn spirituele heimwee. Daar moet ik het mee doen maar, zoals Nietzsche zo treffend formuleert: ‘Het keert terug. Het komt ten langen leste huiswaarts – mijn zelf en wat van hem lange tijd in den vreemde vertoefde, versnipperd onder alle dingen en toevalligheden.’ 

Rien van der Zeijden

Vervolg:

Deel 2: Heimwee… de reiziger in ons

Deel 3: Heimwee… de roep van je ziel