Heimwee (2): De reiziger in ons.
Vertepijn
Ken je het eiland Saxemberg? Het was John Lindestz Lindeman, een Nederlandse zeevaarder, die in 1670 het eiland Saxemberg in de Zuid-Atlantische Oceaan ontdekte. Hij was de eerste en meerdere zeelieden na hem meldden dat ze het eiland urenlang in zicht hadden gehad. De Zuid-Atlantische Oceaan is een enorme bak water van 41 miljoen vierkante kilometer. In die watermassa vinden we ongeveer acht eilandjes. Het zijn speldeprikjes die je na veel inzoomen bij Google Earth gaat zien. In die leegte zwierven de vele columbussen uit onze historie rond en dan kun je blijkbaar aardig gaan hallucineren. Saxemberg bleek een zogenaamd Phantoom-eiland. Het heeft maar liefst twee eeuwen op kaarten gestaan. Er werden gedetailleerde beschrijvingen van gegeven maar uiteindelijk bleek niemand ooit voet op het eiland te hebben gezet. In de 19e eeuw werd het van de kaarten gehaald. Het verhaal illustreert onze hang naar verten en onze verbeeldingskracht. Saxemberg staat voor de vertepijn van veel mensen: heimwee naar een plek waar je nooit bent geweest en misschien wel nooit zult komen.
Wens dat de weg lang mag zijn
De literatuur is vol met reizigers maar de oervader van die reizigers is toch wel Odysseus die na de Trojaanse oorlog terugkeert naar huis, naar zijn Ithaka. Hij doet daar maar liefst 10 jaar over. Heimwee naar huis en daar dan 10 jaar over doen…? Dan is er misschien iets anders aan de hand. Misschien was de heimwee van Odysseus stiekum ‘fernweh’? Of zijn die twee in wezen misschien hetzelfde? ‘Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka,’ zegt de bekende dichter Kavafis, ‘wens dat de weg dan lang mag zijn’. Want, zegt hij even verder: ‘Ithaka gaf je de mooie reis, was het er niet, dan was je nooit vertrokken. Verder heeft het je niets te bieden meer.’ Het bereiken van de zaak is het einde van het vermaak, zegt de volkswijsheid. Het bleek niet echt om de bestemming te gaan. Uiteindelijk blijkt de reis zelf je bestemming te zijn.
Ik lees graag de boeken van Arita Baaijens. Zij is een ontdekkingsreiziger en schrijver die met haar eigen karavaan met kamelen jarenlang de Sahara doortrok. Ze leed ontberingen, liep risico’s, wilde selfsupporting zijn. En steeds weer op zoek naar De Plek. Haar bekendste boek is misschien wel ‘Zoektocht naar het paradijs’ uit 2016. Een verslag van haar reis naar het Altajgebergte in het zuidwesten van Siberië. Dat paradijs bleek natuurlijk onvindbaar. Je zou kunnen zeggen dat Arita Baaijens haar Saxemberg zocht. Met één verschil. Zij weet dat zij een mythe volgt en dat mythen ons helpen het diepere verlangen in onze zoektocht bloot te leggen.
De Plek en de Mythe
Er zijn altijd twee manieren geweest om de werkelijkheid te ordenen. Die twee manieren vulden elkaar aan en waren niet in conflict met elkaar. Mythos en Logos. Logos was de pragmatische manier van denken waarmee we doelmatig in de wereld functioneren. We zetten de omgeving naar onze hand, observeren scherp, trekken conclusies, gebruiken ons verstand. Mythos gebruikten we voor de ongrijpbare aspecten van het bestaan. De verwondering, het verlangen naar het absolute, de bizarre rampen die ons overkomen. Met verhalen en rituelen hebben we altijd geprobeerd dat aspect van ons bestaan te vangen. Godsdienstwetenschapper Karen Armstrong laat fascinerend zien hoe Mythos en Logos elkaar vanaf de 17e eeuw beginnen te beconcurreren met als resultaat een nieuw type beschaving waarin het wetenschappelijk rationalisme overheerste. De wereld werd opnieuw in kaart gebracht, ontdekkingsreizigers zwierven over de wereld, Newton beschreef het heelal als een soort machine, er ontstonden nieuwe wetenschappen. Dat vereiste observaties, analyse, controle van de zichtbare werkelijkheid. Logos behaalde spectaculaire resultaten, zodanig dat de mythe in diskrediet raakte.
Laat je niet afschepen
Met logos aan het roer zijn we ontzielde reizigers geworden. Innovatieve radarsystemen brengen de laatste onontdekte kilometers van deze wereld in kaart en laten ons teleurgesteld achter met onze diepere verlangens en behoeften. Links en rechts wenken de verleidelijke zeemeerminnen en Calypso’s. Ze prijzen hun surrogaatparadijzen aan en verleiden ons om de reis op te geven.
Laat je niet afschepen op welk eiland dan ook. Ons mythische verlangen naar De Plek, of deze nu Ithaka, Atlantis, Shambala of Shangri-La heet, heeft nieuwe routeplanners nodig. Daarin werken Mythos en Logos weer samen. Het is een avontuurlijke reis die net als in het verhaal van Odysseus langs twee lastige monsters moet: Scilla en Charibdus. Aan de ene kant de Mythe die verkeerd geïnterpreteerd het monster ‘magie’ kan worden, waarmee we weer nieuwe goden over ons afroepen. Aan de andere kant Logos die zomaar kan ontaarden in het monster ‘dogma’ en ons in een koude ervaringsloze rationaliteit brengt.
Het komt aan op stuurmanskunst. In onze tijd betekent dat volgens mij vooral een nieuwe taal ontdekken. Niet het voorspelbare vaste verhaal, geen gesloten dogma-taal waarmee we dat onbenoembare en spannende in ons juist kwijtraken. We hebben taal nodig die je de ruimte inlokt. De mythe wil nooit ‘Het Laatste Woord’ hebben, zegt de filosoof Rene ten Bos in zijn meest recente boek. Ze wil niet vaststellen, censureren of beteugelen zoals het dogma. Voor het dogma is een nieuw verhaal altijd een gevaar. In de mythe wordt van oudsher gedwaald en kan er altijd een verhaal bij.
Bestemming bereikt?
En soms dan gebeurt het. Zie je het nu echt? Je inspecteert je kijker nog een keer. Je komt aan. Je arriveert. Zomaar, onverwacht krijgen de dingen een numineuze glans. Opeens bevind je je op Heilige Grond. Een intens geluk trekt als een warme gloed in je omhoog. Je wilt je schoenen uitdoen omdat je thuis bent. Maar voordat je je schoenen hebt uitgetrokken weet je al: dit is te veel bezit. Dankbaar kijk je omhoog en gaat verder. Je was op reis.
Rien van der Zeijden
